15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Bijlagen

Bijlage 34. Beperkingen voor kleine series en restantvoorraden

A. Beperkingen van toepassing op in kleine reeks gebouwde voertuigen van de categorieën M, N, O

1. Het aantal voertuigen van één type dat per jaar in de Gemeenschap overeenkomstig artikel 12, § 1 wordt geregistreerd, verkocht of in het verkeer gebracht, mag niet groter zijn dan hieronder voor de betrokken voertuigcategorie is aangegeven:

Categorie Aantal voertuigen
M1 1000
M2, M3 0
N1 0
N2, N3 0
O1, O2 0
O3, O4 0

2. Het aantal voertuigen van één type dat per jaar in een lidstaat overeenkomstig artikel 12, § 2 wordt geregistreerd, verkocht of in het verkeer gebracht, wordt door die lidstaat bepaald, maar mag niet groter zijn dan hieronder voor de betrokken voertuigcategorie is aangegeven:

Categorie Aantal voertuigen
M1 75
M2, M3 250
N1 500
N2, N3 250
O1, O2 500
O3, O4 250

B. Beperkingen van toepassing op de eindereeksen van de categorieën M, N, O

Het maximumaantal complete en voltooide voertuigen dat in een lidstaat overeenkomstig de "restantvoorraad"-procedure in het verkeer wordt gebracht, wordt op een van de volgende wijzen - naar keuze van de lidstaat - beperkt:

  • het maximumaantal voertuigen van een of meer types mag in het geval van categorie M1 niet meer bedragen dan 10% en in het geval van alle andere categorieën niet meer dan 30% van alle desbetreffende voertuigtypes die in de lidstaat in het vorige jaar in het verkeer zijn gebracht. Mocht 10%, respectievelijk 30%, minder zijn dan 100 voeftuigen, dan mag de lidstaat maximaal 100 voertuigen in het verkeer brengen, of
  • voertuigen van een bepaald type worden beperkt tot die waarvoor op of na de fabricagedatum een geldig certificaat van overeenstemming is afgegeven dat na de datum van afgifte ten minste drie maanden geldig is geweest, maar vervolgens door het van kracht worden van een regelgeving zijn geldigheid heeft verloren.

C. Beperkingen die van toepassing zijn op de kleine reeksen van de categorieën T, C, R en S

Het aantal eenheden van een voertuigtype dat per jaar in een lidstaat dient te worden ingeschreven, verkocht of in gebruik wordt genomen, wordt overeenkomstig artikel 12, § 2 door de lidstaat zelf bepaald. Het eenheidsaantal mag echter nooit meer bedragen dan het hieronder vermelde aantal met betrekking tot de desbetreffende voertuigcategorie.

Categoriën Eenheden
T 150
C 50
R 250
S 250