16 DECEMBER 2010. - Ministerieel besluit betreffende de procedure, de vorm en de inhoud van de vergunning voor het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
[B.S. 28.12.2010]

HOOFDSTUK 2. De aanvraag

Afdeling 1. Wijze van indiening en inhoud van de aanvraag.

Artikel 3

§ 1. De aanvraag wordt ingediend en beheerd door elektronische overdracht van de gegevens op de internetsite van de Dienst Uitzonderlijk Vervoer, overeenkomstig de richtlijnen van de gemachtigde ambtenaar, of wordt per aangetekende post aan de Dienst Uitzonderlijk Vervoer gericht.

De aanvraag op de internetsite van de Dienst Uitzonderlijk Vervoer kan enkel worden ingediend en beheerd door de persoon van wie identiteit en hoedanigheid van gebruiker van de informaticatoepassing kan worden gewaarmerkt.

In het geval van een aanvraag per aangetekende post, vult de aanvrager het aanvraagformulier en de bijlagen in, waarvan de voorlegging overeenkomstig de richtlijnen van de gemachtigde ambtenaar wordt gevraagd.

Het aanvraagformulier wordt door de aanvrager gedagtekend en ondertekend.

De documenten die noodzakelijk zijn voor een aanvraag per aangetekende post zijn beschikbaar bij de gemachtigde ambtenaar en op de internetsite van de Dienst Uitzonderlijk Vervoer.

Voor een aanvraag per aangetekende post, worden de in artikel 6, § 3, van het koninklijk besluit voorziene verzendingen en de in artikel 6, § 5, van hetzelfde besluit bedoelde notificaties verricht per post.

§ 2. De aanvraag wordt geannuleerd indien de ontbrekende elementen, gevraagd volgens artikel 6, § 3, van het koninklijk besluit, niet bij de Dienst Uitzonderlijk Vervoer zijn toegekomen binnen de 30 dagen te rekenen vanaf de datum dat de aanvrager deze vraag voor bijkomende informatie heeft ontvangen.

In dit geval wordt de aanvraag door de aanvrager geacht te zijn geannuleerd voor de toepassing van artikel 8, § 3, van het koninklijk besluit.

Artikel 4

§ 1. Naast het voertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, kan de aanvrager aanduiden :

a) tot twee vervangende voertuigen voor een enkelvoudig uitzonderlijk voertuig;

b) tot twee vervangende trekkende voertuigen en tot twee vervangende getrokken voertuigen voor een uitzonderlijke voertuigensleep.

§ 2. Voor een sleep van uitzonderlijke voertuigen waarvan de massa's beantwoorden aan het Technisch reglement, kan de gebruiker enkel het trekkend voertuig aanduiden. De keuze van het getrokken voertuig is vrij.

§ 3. De conform de paragrafen 1 en 2 aangeduide voertuigen worden in de aanvraag door middel van hun chassisnummers geïdentificeerd.

§ 4. De karakteristieken van de vervangende voertuigen stemmen overeen met de technische karakteristieken opgenomen in de vergunning.

Artikel 4/1

§ 1. Voor de enkelvoudige uitzonderlijke voertuigen van de categorieën 1 en 2, zoals bedoeld in artikel 4, 1° of 2° van het koninklijk besluit, mag, in afwijking van artikel 4, de door de Federale
Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer erkende constructeur of bouwer, houder van een inschrijving "proefritten" krachtens artikels 5 tot 10 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 tot regeling van de inschrijving van de commerciële platen voor motorvoertuigen en aanhangwagens, het geheel van de uitzonderlijke voertuigen dat voldoet aan de technische eigenschappen bepaald in de vergunning, aanduiden door middel van deze inschrijving "proefritten".

§ 2. De vergunning is geldig voor het in het verkeer brengen van uitzonderlijke voertuigen zoals aangeduid in paragraaf 1, voor zover de voertuigen worden gebruikt voor een van de volgende verplaatsingen :

a) na montage of herstelling om ze af te stellen of om hun goede werking na te gaan;

b) voor demonstratie;

c) voor hun parkeren;

d) om ze voor te rijden bij een instelling belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen;

e) om ze voor te rijden voor proefnemingen, evenals tijdens deze proefnemingen, te verrichten in het kader van de goedkeuring van een voertuig van een type dat het voorwerp dient uit te maken van een goedkeuringsprocedure.

§ 3. De uitzonderlijke voertuigen zoals bedoeld in paragraaf 1, mogen enkel onder de volgende voorwaarden gebruikt worden :

a) ze mogen, in de gevallen bedoeld in de bepalingen onder § 2, a), d) en e), enkel rijden binnen een straal van 25 km van de bouw- of assemblageplaats en, in de gevallen bedoeld in de bepalingen onder § 2, b) en c), enkel binnen een straal van 15 km van deze plaats;

b) voor de uitzonderlijke voertuigen van categorie 2, mag de verplaatsing enkel gebeuren op maximum twee alternatieve voorgeschreven reiswegen;

c) ze rijden niet tezelfdertijd op de openbare weg.

 

Afdeling 2. - De reisweg

Artikel 5

Indien de aanvrager overeenkomstig de richtlijnen van de gemachtigde ambtenaar een gedetailleerde reisweg voorstelt, wordt die op voorhand verkend en is hij, behoudens gemotiveerde redenen, zo kort mogelijk naargelang de afmetingen van het uitzonderlijk voertuig.

Afdeling 3. - Technische karakteristieken van het uitzonderlijk voertuig.

Artikel 6

Wanneer de massa's van het uitzonderlijk voertuig niet voldoen aan het Technisch Reglement, worden de technische karakteristieken van het uitzonderlijk voertuig door de aanvrager verstrekt overeenkomstig de richtlijnen van de gemachtigde ambtenaar.

Deze website wenst cookies te gebruiken om uw surfervaring te verbeteren. Door op “Ok” te klikken, aanvaardt u het gebruik van deze cookies voor deze doeleinden.