5 JULI 1999. - Ministerieel rondschrijven betreffende de gemachtigde opzichters.
[BS 14.08.1999]

3. Toelichting

Om het toezicht in alle veiligheid te kunnen vervullen is het volstrekt noodzakelijk dat de vereiste garanties voorhanden zijn, zowel voor de opzichters als voor de personen voor wie ze optreden: kinderen, scholieren, bejaarden of personen met een handicap.
Er moet dus aandacht worden geschonken aan de leeftijd, de opleiding en het kader waarin de gemachtigde opzichters gaan fungeren.
Dit rondschrijven geeft een geactualiseerd overzicht van deze aspecten.

3.1.  Reglementaire bepalingen.

3.1.1. Het verkeersreglement.

Artikel 40bis - Gedrag tegenover groepen kinderen, scholieren, personen met een handicap en bejaarden.

  • 40bis 1. Het is de weggebruikers verboden te breken door een groep kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden:

ofwel in rijen, vergezeld van een leider;

ofwel die de rijbaan oversteekt onder de controle van een jeugdverkeersbrigade, van een leider of van een gemachtigd opzichter.

  • 40bis 2. De weggebruikers moeten de aanwijzigingen opvolgen die ter beveiliging van het oversteken van kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden, door daartoe gemachtigde opzichters worden gegeven.
  • 40bis 3. Om het verkeer stil te leggen, moeten de gemachtigde opzichters gebruik maken van een schijf waarop het verkeersbord C3 afgebeeld is en waarvan de karakteristieken bepaald worden door de Minister van Verkeerswezen.

C3

Artikel 59.21. De opzichters bedoeld in artikel 40bis 1.2° moeten ten minste 18 jaar oud zijn en gemachtigd zijn door de burgemeester van de gemeente waar zij hun taak uitoefenen, na een gepaste opleiding door de gemeentelijke politie of de rijkswacht. Zij dragen om de linkerarm een band met, horizontaal, de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, de naam van de gemeente.

3.1.2. Ministerieel besluit van 1 december 1975 tot vaststelling van de kenmerken van bepaalde schijven, bebakeningen, platen en aanduidingen die voorgeschreven zijn door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

Zie punt 3.6 hierna.

3.2. Wie kan gemachtigd opzichter worden ?

Om het even wie van zodra de persoon ten minste 18 jaar oud is, een opleiding heeft gevolgd en door de burgemeester gemachtigd is.
Het kan gaan om vrijwilligers, leerkrachten, ouders, mensen die over vrije tijd beschikken, toeristische gidsen of gidsen van jeugdbewegingen, monitoren, stadswachten, sociale helpers, personeel van rusthuizen en beschutte werkplaatsen, enz.....
Er zijn dus heel wat mogelijkheden op dit gebied.

3.3. Organisatie van de opleiding.

3.3.1. De opleiding.

De leeftijdsgrens om ingezet te worden, is dus 18 jaar; de opleiding zelf kan natuurlijk net voordien gestart worden.
De kandidaat opzichters die minderjarig zijn, moeten een geschreven toelating van hun ouders of voogd(en) voorleggen om aan de opleiding te mogen deelnemen.
De opleiding omvat logischerwijze een theoretisch en een praktisch luik.
Het theorie-gedeelte (in algemene regel 3 uren), wordt vooral gericht op :

  • de plaats van de voetganger en het oversteken van de rijbaan (regels en methodes);
  • het gedrag van de bestuurders tegenover de voetgangers;
  • de signalisatie;
  • de voorzichtigheidsregels die in acht moeten worden genomen;
  • het anticiperen op gedragingen en ook op de fouten die de weggebruikers kunnen begaan;
  • beoordeling van de verkeersomstandigheden (remafstand, bijzondere problemen bij het oversteken, context van het verkeer, enz.....).

Het praktisch gedeelte (ten minste een halve dag in het reële verkeer) is van groot belang, want het is hier dat de toekomstige gemachtigde opzichters hun functie waar zullen moeten maken, namelijk:

  • de gepaste handelwijze wanneer ze aanwijzingen geven aan de bestuurders of wanneer ze het verkeer stilleggen;
  • het omzetten van de theorie in de praktijk en vooral de correcte inschatting van het verkeersgebeuren.

Het is van belang dat de gemachtigd opzichter zijn verworven kennis onmiddellijk na zijn opleiding in de praktijk kan brengen.

Het verdient ten zeerste aanbeveling de opleiding te actualiseren na verloop van tijd, zeker ten aanzien van personen die reeds meerdere jaren geleden als opzichter werden gemachtigd. De reglementering ten aanzien van de voetgangers is in de voorbije jaren, zoals in de inleiding vermeld, dermate gewijzigd dat "een opfrissing" noodzakelijk lijkt.

3.3.2. De personen die voor de opleiding instaan.

De opleiding wordt toevertrouwd aan de lokale politiediensten.
Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de aanwijzing van de personeelsleden die de cursussen theorie en praktijk geven.
In dit opzicht kan een beroep worden gedaan op een persoon die goed vertrouwd is met het terrein van de verkeersveiligheid om b.v. de theoriecursus te geven.
De beoordeling van de kandidaat in zijn toekomstige hoedanigheid van gemachtigd opzichter moet niet gepaard gaan met het afleggen van een proef; het is echter wel wenselijk dat nagegaan wordt of de kandidaat zijn opdracht zal aankunnen.

3.4. De machtiging - Het toezicht door de overheid.

De machtiging gaat uit van de burgemeester van de stad of de gemeente waarin de opzichter zijn taak zal waarnemen. Het getuigschrift betreffende de machtiging wordt afgegeven na afloop van het praktische gedeelte van de opleiding.
Het getuigschrift wordt in principe voor onbeperkte duur afgegeven.
Het zou ook voor een beperkte duur afgegeven kunnen worden, zowat te beschouwen als een proefperiode.
De gemachtigd opzichter wordt logischerwijze aangesteld door de overheid die hem gemachtigd heeft. Deze overheid houdt vanzelfsprekend rekening met het feit dat leerkrachten of de ouder van een leerling best kunnen optreden in de omgeving van de school waar ze les geven of waar zijn kinderen schoolgaan.
Het personeel van rusthuizen, beschutte werkplaatsen en van instellingen voor personen met een handicap, treedt uiteraard best op in de omgeving waarmee het vertrouwd is.
Het is ook de gemeentelijke overheid die, langs de politiediensten om, op de activiteiten van de gemachtigde opzichters toezicht houdt en die in voorkomend geval optreedt tegen een opzichter die foutief gehandeld zou hebben in het kader van zijn activiteiten. In dit geval kan de machtiging ingetrokken worden.
Er is reeds aangestipt dat de werkelijke machtiging tot gemachtigd opzichter zonder verwijl moet volgen op de opleiding; daarbij komt dat ook de prestaties (de frequentie van het optreden) met betrekkelijke regelmaat moeten verlopen.
De gemachtigd opzichter die zijn taak wenst te beëindigen, moet, behalve bij overmacht, de overheid hiervan op de hoogte brengen, b.v. via de plaatselijke verantwoordelijke bij de politie.
Aangezien de machtiging afgegeven wordt door de burgemeester en de lokale politie superviseert, worden de bevoegdheden van gemachtigd opzichter uitgeoefend binnen de grenzen van de gemeente waar hij gemachtigd is.
Het kan gebeuren dat hij in een naburige gemeente optreedt (uitstap van een groep schoolkinderen, van personen met een handicap waar hij regelmatig op toeziet...); in dit geval moet de betrokken gemeente haar toestemming geven.
In bijlage bij dit rondschrijven is een model van verklaring van vrijwilligerschap (bijlage 1) en een model van machtiging (bijlage 2) als gemachtigd opzichter gevoegd.

3.5. Verzekering.

Het verzekeringsprobleem dient met de meeste zorg te worden geregeld. De stad of de gemeente moet zich tot haar verzekeraar wenden ten einde de opzichters te laten verzekeren tegen:

  • burgerlijke aansprakelijkheid krachtens de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. Wat de minderjarige kandidaat opzichters betreft, moet tevens de aansprakelijkheid van ouders of voogden verzekerd zijn (art. 1384 van het Burgerlijk Wetboek);
  • persoonsschade en zaakschade, voortkomend uit ongevallen die zouden gebeuren bij het uitoefenen van de taak of op de weg van of naar de plaats waar de taak wordt uitgeoefend.

Er moet ook worden onderzocht of personen die in het kader van hun beroepsbezigheid gedekt zijn door een verzekering (bv. leerkrachten, personeel van een rustoord), ook gedekt zijn in hun hoedanigheid van gemachtigd opzichter.

3.6. Uitrusting.

Het werd niet opportuun geacht een complete uitrusting met uniform voor te schrijven.
Niettemin is de herkenbaarheid een belangrijke veiligheidsfactor in het systeem voor de opzichters zelf, voor de personen die ze beveiligen en ook voor de naderende bestuurders; zij moeten immers - tijdig en zonder aarzelingen - hun rijgedrag kunnen regelen.

Artikel 59.21 van het verkeersreglement schrijft dan ook de minimale uitrusting van de opzichters voor. Ze moet bestaan uit een band die om de linkerarm wordt gedragen met, horizontaal de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, de naam van de gemeente.

De opzichters moeten daarenboven een bordje bij zich hebben waarvan het gebruik verplicht is om het verkeer te mogen stilleggen (artikel 40bis 3 van het verkeersreglement).

Dit bordje (op steel) is een reproductie, langs beide kanten, van het verbodsbord C3 d.w.z. een witte schijf met rode rand. Het moet een middellijn hebben van ten minste 15 cm en het moet voorzien zijn van:

  • ofwel reflecterende producten;
  • ofwel een eigen verlichting in de rode rand;
  • ofwel beide middelen samen (1).

C3

Het is daarenboven aanbevolen deze uitrusting aan te vullen met kleding, overgooiers of allerlei toebehoren, geel of oranjekleurig en reflecterend. Op de kleding en overgooier kan bovendien de vermelding "gemachtigd opzichter" aangebracht zijn.

3.7. Het kader van optreden van de gemachtigde opzichters.

3.7.1. Algemeenheden.

De wijziging van het algemeen verkeersreglement betreffende de begeleiding van groepen van personen met een handicap of bejaarden door gemachtigde opzichters enerzijds en een ruimere benadering van de taak van de gemachtigde opzichters bij groepen kinderen of scholieren anderzijds, maken de grote nieuwigheden van dit rondschrijven uit.

De gemachtigde opzichters mogen dus de groepen helpen op hun tocht van, naar en aan school, ofwel van, naar en aan een of andere plaats waar een activiteit is, en dit zonder beperking.
Onder "groep" moet hier verstaan worden, een geheel van personen met gemeenschappelijke kenmerken (kinderen, scholieren, bejaarden of personen met een handicap). Gemengde groepen zijn ook mogelijk.
De vraag is vaak gesteld naar vereisten inzake het minimum aantal personen waaruit een groep moet bestaan. Het gaat in de eerste plaats om een feitelijke toestand; toch blijkt het niet erg realistisch te zijn ervan uit te gaan dat twee personen een groep vormen; een groep moet toch in zekere zin een samenhangend geheel van meerdere personen zijn die een zekere omvang heeft.
Wanneer de gemachtigd opzichter te maken heeft met heel kleine "groepen", ja zelfs met één persoon (b.v. een kind dat op weg naar school is), kan hij steeds met raadgevingen bijspringen, zonder per se het verkeer stil te leggen.
Onder "kinderen, scholieren", bejaarden en personen met een handicap, moet worden verstaan:

  • kinderen : minderjarige personen buiten schoolverband;
  • scholieren : jongens en meisjes die de kleuterschool, de basisschool of de middelbare school bezoeken;
  • bejaarden : personen vanaf ongeveer 60 jaar;
  • personen met een handicap : personen met een fysische of geestelijke handicap.

Eenzelfde opzichter mag b.v. een groep scholieren of een groep personen met een handicap begeleiden.

Toch kan uit de dagelijkse praktijk, uit de kenmerken en gedragingen van de respectieve groepen, en uit de sterk verschillende verplaatsingsomgeving een zekere "specialisering" van de gemachtigd opzichter voortvloeien; hij kan m.a.w. de ervaring die hij verworven heeft in een bepaalde context, te nutte maken.

3.7.2. Bevoegdheden.

De gemachtigd opzichter kan het verkeer stilleggen om de groepen kinderen, scholieren, bejaarden of personen met een handicap te laten oversteken.
Hij kan deze groepen ook verbieden om over te steken zolang het verkeer niet tot stilstand is gekomen en/of zolang de verkeersomstan-digheden niet optimaal veilig zijn wat betekent dat in dat geval voor die groepen de bepaling van art. 40.4.2. van het algemeen verkeersreglement met betrekking tot de intentie om over te steken, niet van toepassing is.
Hij mag eveneens aanwijzingen geven.
Dit moet begrepen worden in zijn gebruikelijke betekenis : een aanwijzing, een wenk geven, een suggestie doen om iets te doen of niet te doen.
De aanwijzingen hebben dus nooit de waarde of de bindende kracht van een bevel; ze hebben steeds betrekking op "de bescherming van het oversteken van groepen kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden".
Aangezien de gemachtigd opzichter geen politieagent of hulpagent is, kan hij geen proces-verbaal opstellen naar aanleiding van een overtreding. Hij kan ook geen identiteitscontroles doen.
Wat kan hij wel doen wanneer hij overtredingen waarneemt ?
Net zoals iedere andere burger, hoeft hij niet te handelen, maar hij kan wel de overtreding aangeven bij de politie (de gegevens noteren die de identificatie van de overtreder mogelijk maken, nummerplaat, kleur en merk van de auto, gebeurlijk de kenmerken en bijzonderheden van de bestuurder).
Hij kan ook formeel klacht indienen.
Zijn voornaamste zorg moet zijn het veilig oversteken van de groepen die hij begeleidt. Toch doet hij er goed aan systematisch de overtredingen te noteren : op die manier kan hij nagaan of sommige overtredingen of bepaalde gevaarlijke, onopzettelijke gedragingen herhaaldelijk gebeuren.
In voorkomend geval kan met de politie afgesproken worden dat ze op elk gepast moment de gemachtigd opzichter zal bijstaan.
In dit geval komt het de politieagenten toe beteugelend op te treden.

3.7.3. Enkele bijzondere gevallen.

3.7.3.1. De gemachtigd opzichter treedt in ruime zin op als hulp bij het oversteken van de rijbaan, om het even of er een oversteekplaats voor voetgangers is of niet, of deze oversteekplaats al dan niet beveiligd is door middel van verkeerslichten, of het buiten dan wel op een kruispunt is.

3.7.3.2. Wanneer de gemachtigd opzichter met verscheidene groepen te maken heeft die elkaar opvolgen, moet hij het oversteken van de groepen afwisselend met de doortocht van het verkeer laten gebeuren.

3.7.3.3. Als er toevallig personen mee zijn die eigenlijk vreemd zijn aan de groep (b.v. één of meerdere volwassen(en) met een groep scholieren), kan de gemachtigd opzichter daar bezwaarlijk rekening mee houden. Deze personen stappen dan maar mee op.

3.7.3.4. Ter herinnering : prioritaire voertuigen die een dringende opdracht uitvoeren, dit wil zeggen, die gebruik maken van hun blauw zwaailicht en van het speciaal geluidssignaal, hebben voorrang : de gemachtigd opzichter moet ze krachtens art. 59.14 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer laten voorgaan.

3.7.3.5. De gemachtigd opzichter moet bijzonder op zijn hoede zijn voor de aanwezigheid van fietsers, bestuurders van gemotoriseerde tweewielers en van zware voertuigen. Wat deze laatste betreft, hebben ze, buiten hun bijzondere aard, het nadeel dat ze een voertuig dat volgt, kunnen verbergen.

3.7.3.6. De aanwezigheid van een gemachtigd opzichter in de schoolbus of aan de belangrijke stopplaatsen, is een grote troef ter verhoging van de veiligheid bij het in- en uitstappen van kinderen.

3.7.3.7. Zowel bij de opleiding van de gemachtigd opzichter als bij de toewijzing van zijn plaats, moet goed gelet worden op alle plaatselijke kenmerken van zijn werkterrein, namelijk :

  • rekening houden met de oversteeklengte;
  • rekening houden met de bijzondere plaatselijke omstandigheden (tramsporen - trams blijven prioritair ! -) waarin het verkeer verloopt, enz.....;
  • rekening houden met het feit of men zich bevindt op hoofdwegenis of niet. Zonder bij voorbaat uit te sluiten dat de gemachtigd opzichter zou ingezet worden op hoofdwegenis met druk verkeer, moet de lokalisering van een dergelijk optreden toch met de grootste omzichtigheid gebeuren. In sommige gevallen is het beter dat de politie zelf optreedt;
  • er moet overigens een gepaste, evenwichtige verhouding zijn tussen het aantal gemachtigde opzichters en de uit te voeren taken. Soms kan het nodig zijn dat twee gemachtigde opzichters aanwezig zijn;
  • in dezelfde gedachtengang is het aangewezen een echte ploeg gemachtigde opzichters te vormen zodat de afwezigheid van een lid gemakkelijk verholpen kan worden. Het is inderdaad van belang dat er continuïteit in de aanwezigheid is;
  • voor groepen scholieren, kinderen, bejaarden of personen met een handicap kan de gemachtigd opzichter, tenzij hij op een kritieke plaats is ingezet (b.v. een grote verzorgingsinstelling, in de nabijheid van een rusthuis, enz...), de groep begeleiden over het geheel van het af te leggen traject. Hier heeft hij dan een tweevoudige taak : enerzijds optreden als opzichter in de echte zin - door het verkeer stil te leggen op welbepaalde punten - en anderzijds als raadgever hetzij op kritieke plaatsen zoals bij het oversteken van hoofdwegen hetzij bij het begeleiden van de groep zoals inzake de juiste plaats op de openbare weg;
  • in algemene zin moet de gemachtigd opzichter de veiligste plaatsen kiezen om over te steken (aanwezigheid van oversteekplaatsen voor voetgangers, al dan niet beveiligd door lichten, lengte van de oversteek, enz.....).
  • Ten opzichte van een kind, een persoon met een handicap of een bejaarde, is de gemachtigd opzichter in de allereerste plaats een raadgever;
  • de bevoegdheden van de gemachtigd opzichter belangen slechts bepaalde groepen van voetgangers aan. Groepen van fietsers die van zijn optreden gebruik wensen te maken, moeten afstappen.

Nota:

(1) De aandacht wordt vooral gevestigd op het feit dat sinds 5 december 1997 (MB van 26 november 1997), gebruik mag worden gemaakt van een verlichting van de rode rand van de schijf.