5 JULI 1999. - Ministerieel rondschrijven betreffende de gemachtigde opzichters.
[BS 14.08.1999]

1. Inleiding

De verkeersveiligheid van voetgangers in het algemeen, en van zowel kinderen en scholieren als bejaarden en personen met een handicap in 't bijzonder, is een constante zorg voor de overheid, zowel op federaal, als gewestelijk en lokaal vlak.
Al is het aantal verkeersslachtoffertjes aanzienlijk verminderd in de loop van de laatste twintig jaar, toch moeten de geleverde inspanningen voortgezet en geïntensifieerd worden.
Parallel hiermee moet worden vastgesteld dat in de vergrijzende samenleving, in de leeftijdscategorie van boven de zestig jaar, het grootst aantal om het leven gekomen voetgangers voorkomt : één op twee. Overigens zijn in de regel de gevolgen van een zwaar verkeersongeval ernstiger voor bejaarden. Hun herstel verloopt ook minder goed.
Daar komt bij dat ook voor personen met een handicap de mobiliteitsproblematiek een belangrijkere plaats inneemt.
In de loop van de jaren is voor de voetgangers een reeks van maatregelen genomen die zowel hun veiligheid als hun juridische positie moeten verbeteren.
Een voorbeeld uit de sfeer van de gedragsregels is de bescherming aan de oversteekplaatsen voor voetgangers waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten of door een bevoegd persoon: de bestuurders moeten er niet alleen voorrang verlenen aan de voetgangers die zich op de oversteekplaats bevinden, maar ook aan degenen die op het punt staan er zich op te begeven (art. 40.4.2. van het verkeersreglement).
Op het gebied van de weginfrastructuur is, op initiatief van de wegbeheerders, een groot aantal veiligheidsvoorzieningen (aanleg) tot stand gebracht, in 't bijzonder in de schoolomgeving en in de wijken met een erffunctie.
De regelgeving met betrekking tot de zones 30 is daarenboven versoepeld zodat op termijn (tegen 2006) alle woongebieden als dusdanig kunnen worden ingesteld.
Voor de andere component, nl. het voertuig, gaat de aandacht vooral naar de middelen die aangewend moeten worden om de gevolgen van botsingen met voetgangers voor deze weggebruikers minder erg te maken.
Er wordt dus voorrang gegeven aan een globale benadering, een benadering waarbij elke maatregel zijn bijdrage levert.
Op het gebied van de bescherming van kinderen en scholieren op de openbare weg, kan verwezen worden naar een wijziging van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer in 1987, met het invoeren van de figuur van de gemachtigd opzichter.
Deze opzichters die bepaalde specifieke bevoegdheden in het verkeer uitoefenen, hebben als wezenlijke taak de veiligheid van kinderen en scholieren te verzekeren.
Het kader waarin deze bevoegdheden uitgeoefend worden, is, rekening houdend met de praktijkervaring, mettertijd geëvolueerd.
Actualisering van het ministerieel rondschrijven van 25 maart 1987 (Belgisch Staatsblad van 8 mei 1987) was gewenst.
Overigens is deze actualisering noodzakelijk, gelet op de wijziging die in het algemeen verkeersreglement werd ingevoerd door het koninklijk besluit van 7 mei 1999 (Belgisch Staatsblad van 21 mei 1999) waarbij de mogelijkheid wordt voorzien om ook voor groepen bejaarden of personen met een handicap een beroep te doen op gemachtigde opzichters.
Deze website wenst cookies te gebruiken om uw surfervaring te verbeteren. Door op “Ok” te klikken, aanvaardt u het gebruik van deze cookies voor deze doeleinden.